DNA-verwantschapsonderzoek

Op 1 april 2012 komt er nieuwe DNA-wetgeving in het strafrecht: de toevoeging van DNA-verwantschapsonderzoek. De nieuwe wet heet voluit: Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in verband met de introductie van DNA-verwantschapsonderzoek  en DNA-onderzoek van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken van het onbekende slachtoffer en de regeling van enige andere onderwerpen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen passief (toevalligerwijs wordt een mogelijke biologische verwantschap waargenomen) en actief (er wordt gericht gezocht naar verwantschappen) DNA-verwantschapsonderzoek. Bij de tweede categorie, actief verwantschapsonderzoek, moet het wel gaan om zeer ernstige zaken.

Overerving van DNA

10574429_1500207680222230_7104953361227245602_nDe ene helft van het DNA is via de moeder overgeërfd, de andere helft via de vader. Door deze overerving van ouders op kinderen vertoont DNA van verwanten overeenkomsten. Het DNA van een persoon bevat daardoor niet alleen informatie over hemzelf, maar ook over zijn verwanten. Op dit gegeven berust het principe van DNA-verwantschapsonderzoek.

Overeenkomst tussen DNA-profielen

In tegenstelling tot het standaard forensische DNA-onderzoek is het vergelijken van DNA-profielen bij een DNA-verwantschapsonderzoek niet gericht op een volledige overeenkomst of match, maar op een mate van overeenkomst tussen DNA-profielen en de hieruit volgende aanwijzing op verwantschap. Twee personen zijn verwanten wanneer wanneer zij een gemeenschappelijke voorouder hebben en daardoor een genetische relatie. DNA-verwantschapsonderzoek is erop gericht mogelijke verwantschap te onderzoeken met de onbekende persoon van wie een spoor afkomstig is, of met de onbekende persoon wiens stoffelijk overschot is aangetroffen. Hierbij wordt onderzocht in welke mate de DNA-profielen overeenkomen, in hoeverre de DNA-profielen wijzen op verwantschap.

– ouder-kindverwantschap. Elke locus in een DNA-profiel van een persoon heeft twee DNA-kenmerken, geërfd via enerzijds de vader, anderzijds de moeder. Komt in de DNA-profielen van twee personen vor elke locus steeds ten minste één DNA-kenmerk overeen, dan wijst dit op een ouder-kindverwantschap.

– broer-zussenverwantschap. DNA-profielen van broers en zussen hebben veel meer DNA-kenmerken met elkaar gemeen dan DNA-profielen van niet-verwante personen. Met speciale rekenprogramma’s is vast te stellen hoe groot de kans op broers-zussenverwantschap is.

Er is altijd een kans, hoe zeldzaam ook, op een mutatiel; een spontane verandering van het DNA in de geslachtscel. Een vader kan bijvoorbeeld de DNA-kenmerken 8/11 hebben. Door een mutatie in de geslachtscel (spermacel) kan het DNA-kenmerk 8 veranderen in DNA-kenmerk 9. Mutaties zijn zeldzaam, maar er moet altijd rekening mee worden gehouden. Gebeurt dat niet, dan kan een mutatie leiden tot een onterechte uitsluiting bij het verwantschapsonderzoek.

Zie ook Y-chromosomaal DNA-onderzoek en mitochondriaal DNA-onderzoek.

Drie situaties voor actief DNA-verwantschapsonderzoek

Meewerken aan actief DNA-verwantschapsonderzoek is vrijwillig gezien het verschoningsrecht. Uitzondering hierop zijn familieleden die zijn opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. In grote lijnen zijn er drie verschillende situaties van actief DNA-verwantschapsonderzoek:
1. Actief DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd op een zeer groot aantal personen en gericht op het achterhalen van mogelijke biologische verwanten van de dader van het delict; grootschalig DNA-verwantschapdsonderzoek of familial searching, zoals in de zaak Vaatstra;
2. Actief DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd op een klein aantal personen en gericht op het achterhalen van de dader van een delict; wie zijn de ouders van een dood aangetroffen baby of wie is de dader van een verkrachting met zwangerschap tot gevolg?
3. Actief DNA-verwantschapsonderzoek uitgevoerd op een klein aantal personen die verwant zijn aan een persoon die onbereikbaar is of weigert mee te werken aan een DNA-onderzoek; bijvoorbeeld in de zaak Arthur Ghurahoo.

Dossiers met DNA-verwantschapsonderzoek:

2012: De moord op Marianne Vaatstra (1999)

2012: De moord op Henk Opentij en Mary Run (1997)

Belangrijke bronnen teksten op deze website: documenten NFI (waaronder het boek De Essenties van forensisch biologisch DNA-onderzoek) en het boek Kroongetuige DNA van Lex Meulenbroek en Paul Poley (2014).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s