Moord op Marianne Vaatstra

10574429_1500207680222230_7104953361227245602_n2012: oplossing in de moord op Marianne Vaatstra (1999). DNA-onderzoek uiterlijk waarneembare persoonskenmerken (2003) en DNA-verwantschapsonderzoek (2012).

In de nacht van 30 april op 1 mei 1999 wordt de 16-jarige Marianne Vaatstra verkracht en vermoord. Vanuit de regio werd veel met een beschuldigende vinger gewezen naar een asielzoekerscentrum; er is veel opschudding onder de bevolking. Op Mariannes lichaam zijn 13 dadersporen, waaronder spermasporen die op Marianne waren aangetroffen en die vermoedelijk van de dader zijn. Er is een uitgebreid en volledig autosomaal DNA-profiel, Y-chromosomaal DNA-profiel en mitochondriaal DNA-profiel verkregen van de vermoedelijke dader. Er is geen match in de databank. Al in 2000 wordt er een bijzonder onderzoek gedaan; met het Y-chromosoom van het DNA-profiel wil men de geografische herkomst vaststellen. Dat kan; men ontdekte midden jaren 9o dat bepaalde verschillen in het Y-chromosomale DNA verband houden met geografische verspreiding. Deze zijn het resultaat van meer dan honderdduizend jaar van humane migratie – van de manier dus waarop mensen over de aarde zijn getrokken. De laatste 5.000 à 6.000 jaar zijn mensen honkvast, waardoor variatiepatronen konden ontstaan die specifiek waren voor een bepaald gebied. Er waren echter wettelijke (eigenlijk mocht dit alleen wanneer het was gericht op het vergelijken van DNA-profielen, dus het vergelijken van het DNA-profiel van een spoor met het DNA-profiel van een verdachte) en technische beperkingen (er waren alleen nog maar circa 3.500 referentiebestanden uit Midden- en West-Europa, tegenwoordig zijn er 100.000 bestanden uit de hele wereld). Het spermaspoor op Marianne is toch onderzocht. Resultaat: de Y-chromosomale DNA-kenmerkencombinatie behoorde tot de zogenoemde haplogroep R1b. Deze variant komt veel voor in West-Europa en zelden voor in Koerdisch Irak en Noord-Afrika, waar enkele verdachten vandaan kwamen die afkomstig waren uit het asielzoekerscentrum dicht bij de plaats delict. Er was een historisch onderzoek gepleegd; de conclusie was dat er waarschijnlijk een dader was van Nederlandse of in elk geval Noordwest-Europese origine. Dit onderzoek had nog een belangrijk gevolg; op 1 september 2003 trad een belangrijke regeling met een lange naam in werking: Wijziging van de regelingvan het DNA-onderzoek in strafzaken in verband met het vaststellen van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken uit celmateriaal.  De DNA-wet uit 2001 werd met deze regeling uitgebreid. Een raamwet, vooruitlopend op toekomstige mogelijkheden. Naast het vaststellen van het geslacht en het onderzoeken van de geografische herkomst kan men inmiddels de oogkleur onderzoeken van degene van wie het spoor afkomstig is. Men richt zich momenteel ook op andere uiterlijk waarneembare persoonskenmerken als haarkleur, huidskleur en de vorm van het gelaat. Het onderzoek mag zich vanzelfsprekend nog steeds alleen richten op deze uiterlijk waarneembare kenmerken; nooit op ziekten, erfelijke aandoeningen en gedragskenmerken.

Er is in die eerste jaren na de moord ook een autosomaal DNA-onderzoek waarbij de dadersporen worden vergeleken met het autosomale DNA-profiel van 840 mannen in de leef- en woonomgeving van Marianne; zij hebben zich vrijwillig hiervoor opgegeven. Deze vergelijkingen leverden geen match op. De zaak bleef echter onopgelost.

De moord blijft belangstelling genereren, onder meer van de media en van complotdenkters die (nog steeds!) denken dat politie en justitie de asielzoekers uit de wind houden om het vreemdelingenbeleid niet nog verder onder druk te zetten. Begin 2007 wordt een compleet nieuw team opgericht: het 3D-team. Met de nieuwste technieken wordt de zaak opnieuw onderzocht. Maar ondanks alle inspanningen blijft de dader onvindbaar. Er rest volgens het team nog maar één laatste redmiddel: het DNA-verwantschapsonderzoek. Maar dat is in 2008 nog niet wettelijk toegestaan. Wel was de politiek ermee bezig; al in 2007 was er de parlementaire Nota verkenning DNA-onderzoek in strafzaken, waarin over verwantschapsonderzoek werd geschreven. In september 2008 oordeelde de Tweede Kamer positief, in maart 2009 ging het naar de Raad van State. De val van het kabinet-Balkenende IV in 2010 vertraagde het hele proces, maar tegen het einde van 2011 kwamen er steeds meer tekenen dat de wet er toch echt kwam. Er is gesproken met staatssecretaris Teeven, die het onderwerp moest verdedigen in de Tweede Kamer, en met minister Opstelten, die dat in de Eerste Kamer moest doen. Uiteindelijk werd DNA-verwantschapsonderzoek in de wet geregeld. De nieuwe DNA-wet werd op 22 november 2011 door de Eerste Kamer aangenomen en twee dagen later ondertekend door de koningin. Op 1 april 2012 trad de nieuwe wet in werking. De dag erna begon het DNA-verwantschapsonderzoek in de zaak-Vaatstra.

Men begon met het DNA-verwantschapsonderzoek in de DNA-databank. Van de dader was een autosomaal DNA-profiel, een Y-chromosomaal DNA-profiel en een mitochondriaal DNA-profiel. Met het autosomale profiel zijn we in de databank gaan zoeken naar DNA-profielen die hierop leken. Er bleef niemand over die een eerstegraadsfamilierelatie met de onbekende man kon hebben. Een andere zoekactie was het vergelijken van Y-chromosomale DNA-profielen die in de databank aanwezig waren, van mannen die in1999 in de omgeving van de plaats delicht woonden, met het DNA-spoor dat op Marianne werd gevonden. Ook hier geen match: al deze mannen konden daardoor worden uitgesloten als mogelijk in de mannelijke lijn verwant met de onbekende man. Er was zelfs een baanbrekende zoekactie, gebaseerd op het feit dat er een correlatie bestaat tussen een achternaam en het Y-chromosomale DNA-profiel van een man. De gedachte was: men had te maken met een zelfzaam Y-chromosomaal DNA-profiel, dus had de dader wellicht ook een zeldzame achternaam. In de DNA-databank zijn mensen opgezocht met zeldzame achternamen, woonachtig in de regio van de plaats delict. Wederom zonder resultaat. Het was nu tijd voor de volgende stap: een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek onder de bevolking, een megaoperatie in een kleine Friese gemeenschap.

Al vanaf september 2008 waren de voorbereidingen in gang gezet; er was een uitgebreide technische- en tactische adviescommissie betrokken bij het complexe en omvangrijke pionierswerk. Ook waren er communicatiestrategen betrokken; er moest een groot draagvlak ontstaan onder de Friese bevolking, voor een zo groot mogelijke kans op succes. Ook het programa van Peter R. de Vries werd gebruikt; op 20 mei 2012 keken 1,2 miljoen mensen naar een uitvoerige uiteenzetting waarom de dader uit de buurt moest komen. Alleen mannen zouden worden benaderd; vanwege mitochondriaal DNA-onderzoek waren vrouwen minstens zo interessant, maar volgens de commissie zou er meer draagvlak zijn als we alleen de groep zouden benaderen waartoe ook de dader kon behoren. Voor mannen is daarnaast een effectieve en relatief snelle voorselectie mogelijk met Y-chromosomaal DNA-onderzoek. Een voorselectie zou voor een grote groep vrouwen moeten plaatsvinden via mitochondriaal DNA-onderzoek. Dit is veel arbeidsintensiever en duurder dan het Y-chromosomale DNA-onderzoek. Het ging uiteindelijk om alle mannen in een straal van ongeveer vijf kilometer rond de plaats delict, en die ten tijde van het delict tussen de zestien en zestig jaar oud waren. Iedereen in de regio werd uitgebreid geïnformeerd: het DNA zou alleen worden gebruikt in de zaak-Vaatstra, er zouden alleen familierelaties duidelijk worden (geen ziektes of levensverwachting), de profielen zouden niet in de DNA-databank worden opgenomen noch vergeleken met profielen daarin en het afgenomen DNA zouden direct na het onderzoek vernietigd worden. Langzaam werd toegewerkt naar september 2012, de maand waarin zou worden begonnen. Van 29 september 2012 tot en met 11 oktober 2012 vond de afname van het wangslijmvlies plaats. Er waren 7581 mannen uitgenodigd; 90% zou komen opdagen. Al direct na het eerste afnameweekend begon het DNA-verwantschapsonderzoek op het NFI. Al in de eerste batch van 81 referentiemonsters werden twee Y-chromosomale DNA-profielen gevonden die matchten met het Y-chromosomale DNA-profiel van de onbekende man. De euforie was groot. Autosomaal DNA-onderzoek van die referentiemonsters leverde geen match op; daardoor wist men dat de dader nog niet gevonden was, maar dat het best om een broer of verder familielid van de dader kon gaan. Het bleek om twee achternamen te gaan. Er werden twee stambomen opgesteld; het ging om twee stambomen met één gemeenschappelijke voorouder, een zekere Jasper Jans, van wie bekend was dat hij in 1748 herbergier was in Westergeest, nabij de plaats delict. Het team heeft vervolgens de onderzoeksbatches naar voren gehaald waarin personen zaten met de twee achternamen. Men verdachte voornamelijk een lid van de familie S. Maar wie was het?

DNA-databank Peter R. de VriesOp 14 november 2012 was men op het NFI bezig met het vergelijken met autosomale DNA-profielen van een aantal onderzochte mannen van wie al was vastgesteld dat hun Y-chromosomale DNA-profiel overeen kwam met dat van de dader. De profielen werden met de hand vergeleken met dat van de dader. Bij één van de profielen was er ineens een match: álle DNA-kenmerken kwamen overeen. Meerdere mensen keken ernaar en jawel: er was een 100% match. De waarschijnlijke dader had gewoon meegedaan met het DNA-verwantschapsonderzoek. Op zondagavond 18 november werd de man aangehouden. Het ging om een boer uit Oudwoude, drie kilometer van de plaats delict. Na zijn aanhouding is er opnieuw referentiemateriaal van deze man onderzocht; wederom was er een match. En via een tweet van Peter R. de Vries wist op 19 november 2012, om 5:06 uur, heel Nederland ervan. De hoeveelheid DNA-bewijsmateriaal was overweldigend, zag ook de advocaat van de verdachte al snel – bloed, haar en sperma van Jasper was gevonden op Mariannes lichaam en aldus belastend van aard. De zaak zat volledig dicht. Op 6 december heeft Jasper formeel bekend. Tijdens de drukbezochte rechtszitting in Leeuwarden, op  28 maart 2013, vertelde de boer uitgebreid hoe de verkrachting en de moord in 1999 verliep. Het Openbaar Ministerie eiste twintig jaar cel, het vonnis van de rechtbank was uiteindelijk 18 jaar gevangenisstraf. Er kwam geen hoger beroep. Het DNA-verwantschapsonderzoek zorgde voor de oplossing in deze zaak; anders was er misschien nooit een dader gevonden. In elke zaak heb je overigens raadsels die niet worden opgelost. Want hoe kwam nou de aansteker met het Playboy-achtige logo, met het mitochondriale DNA-profiel van Jasper op vier kleine haartjes in de aansterker, in Mariannes tas terecht?

Op 14 december 2012 zijn alle wattenstaafjes, het DNA-materiaal en de verkregen DNA-profielen vernietigd. Filmploegen van het Openbaar Ministerie en van Omroep Friesland hebben de verbranding gefilmd.

Advertenties

Een gedachte over “Moord op Marianne Vaatstra

  1. Pingback: De moord op Nicky Verstappen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s