De clownspakverkrachter

verdachte Clown1988 en 1989: de clownspakverkrachter, net buiten Heerlen. Twee weken na de tweede verkrachting 1989 vinden spelende kinderen een smoezelig clownspak, wat briefjes geld en medicijnen. Clownspak bevat bloed- en spermavlekken. Via een sticker op de medicijnen komt men terecht bij ene S. Laboratoriumonderzoek van erfelijke factoren (bloedgroep en bepaalde eiwitten) wijst uit dat dat deze S. niet als dader is uit te sluiten. Met andere woorden: hij zou het kunnen zijn. Maar dan komt het: S. weigert mee te doen aan een DNA-onderzoek. De hele trias politica (rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht) moet in beweging komen.

RECHT – De officier van justitie wil bloed afnemen voor onderzoek naar de DNA-structuur bij de verdachte, maar het zonder toestemming van de verdachte afnemen van bloed voor DNA-onderzoek mag niet. Ook wangslijmvlies afnemen mag niet van de wet. De wet verplichte DNA-afname bij verdachten bestond nog niet. S. heeft geluk; hij wordt vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Er volgt een enorme discussie in de media, in juridische kringen en in wetenschappelijke vakliteratuur. Er moet iets gebeuren, er moet een wet komen die ervoor zorgt dat ook DNA kan worden afgenomen als een verdachte van een ernstig delict geen toestemming daarvoor geeft.

WET – Kamervragen Wolffensperger (D66) op 10 oktober 1989, aan demissionair minister van Justitie Korthals Altes (VVD) in het kabinet Lubbers II. Moet er geen wetsvoorstel komen over het dwingen tot een DNA-proef? Vlak voor Korthals Altes het stokje overdraagt aan Hirsch Ballin (CDA) komt het belangrijke antwoord: er moeten nog wat problemen worden opgelost, maar hij acht het wenselijk dat zo’n wetsvoorstel wordt voorbereid. Werk aan de winkel voor de ambtenaren.

UITVOEREND – De commissie-Moons en een subcommissie buigen zich over de problematiek, met hierin allerlei deskundigen. Zelfs de forensische afdeling van de FBI levert een bijdrage; uiteindelijk luidt het oordeel dat de DNA-techniek betrouwbaar en valide is. Een bevel om lichaamscellen af te staan kan volgens de subcommissie bijdragen aan de opsporing van daders van ernstige delicten. Begin 1991 gaat het eindrapport naar Hirsch Ballin. Op 2 december komt het wetsontwerp in de Tweede Kamer. Medio 1992 volgt een tussenstop bij de vaste  Kamercommissie voor Justitie. In juni 1993 wordt het uiteindelijke wetsvoorstel voorgelegd aan de Tweede Kamer en, na haar goedkeuring, aan de Eerste Kamer. op 4 juli 1993 is eindelijke de eindbestemming bereikt: het Besluit DNA-onderzoeken zal per 1 september 1994 ingaan. Onderdeel van het besluit: er wordt een DNA-databank opgericht, waarin DNA-profielen van verdachten, veroordeelden, dodelijke slachtoffers van niet-opgeloste misdrijven en DNA-profielen van sporen worden opgeslagen. Media in oproer. NRC: “Het is een vraag van niet gering moreel en juridisch kaliber of een overheid – of wie dan ook – zich ooit het recht mag aanmeten zo diep in iemands binnenste te kijken.”

Eind jaren 80/begin jaren 90 zijn dus onstuimige jaren. Van onverwachte introductie in het strafrecht in de WTC-zaak in Amsterdam, waardoor een onschuldige wordt vrijgepleit, tot moeizaam maar succesvol wetgevingsproces tijdens en na de zaak van de clownspakverkrachter. De vermeende dader in deze zaak ging vrijuit, de zaak werd gesloten en Maarten is inmiddels al enige tijd overleden.Ondertussen ontwikkelde de DNA-techniek zich gestaag. Zie voor WTC-zaak en Clownspakverkrachter ook Andere Tijden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s